De teller gaf drieënzeventig kilometer per uur aan. Hans durfde niet harder dan vijfenzeventig te rijden aangezien het brandstoflampje al vijfentwintig minuten lang aan het knipperen was. Het opzoeken van het dichtstbijzijnde tankstation op zijn telefoon was geen optie. Diep in de polder is er nauwelijks internet signaal aanwezig. De klok had inmiddels een nieuwe dag aangekondigd en de ogen van Hans werden langzaam kleiner. De foute jaren tachtig mix die keihard over de radio bulderde was er vooral om Klaas Vaak te weerhouden van het rond sprenkelen van zijn zand. Verder was er geen verkeer te bekennen op de provinciale landweg.
Terwijl Hans de volgende flauwe bocht aansneed viel hem in de verte een rookpluim op. Toen deze benaderd werd constateerde hij dat er iets aan de bosrand stond wat nog aan het na smeulen was. De auto stopte naast wat bleek een uitgebrande koets te zijn. Wat doet een koets in hemelsnaam hier midden in de nacht dacht Hans. Met een nog ongeopend blikje Red Bull werden de laatste restjes van de brand geblust. Vervolgens sprong Hans op de bok om erachter te komen wie de koets hier had achtergelaten en eventueel verantwoordelijk was voor de brand.
Plots scheen een felle witte lichtbundel toe vanuit het naastgelegen bos. Van schrik kiepte Hans van de bok af en viel op de koude ondergrond. ‘Wie is daar’ schreeuwde Hans. ‘Maak je bekend’. Er kwam geen reactie. Instinctief trok hij daarop zijn riem af en wikkelde hem om zijn rechtervuist heen als een geïmproviseerd wapen. Met zijn linkerhand voor zijn ogen houdend manoeuvreerde hij zich richting de lichtbundel. Nachtelijk ongedierte stoof aan de kant en kroop dieper de nacht in.
Zo onverwachts als de straal opkwam stopte hij ook. Het bos was weer zo donker als bij dit tijdstip hoorde. Het zweet druppelde allang niet meer over Hans zijn rug heen. Inmiddels was hij een bad vol angstvocht geworden. De stilte werd doorbroken met het starten van een auto. Hans zette een sprint in terug naar de bosrand. Vakkundig werden laaghangende takken en dichtbegroeide struiken ontweken. Hijgend terug aan de bosrand zag hij dat zijn blauwe Peugeot al honderd meter verderop reed. Zodra de auto uit het zicht verdween sprong de lichtbundel weer aan. Hans draaide zich om en staarde er recht in.
En daarna was er stilte….de stilte van de nacht.